vrijdag 6 april 2012



Ze heeft de gekke sjaal van haar moeder om, maar dat maakt vannacht niet zoveel uit. Als ze de hoek om fietst, ziet ze hem zitten; onderuitgezakt, hij kijkt naar de grond.
'Hallo,' zegt ze.
'Yo.'
Het bankje is nat, maar als je je erbij neer hebt gelegd, valt het wel mee. Ze kijkt naar zijn gezicht. Volgens mij, denkt ze, is hij nog niet aan het natte bankje gewend. 
'Ja. Zeg het maar,' zegt hij, de boze kijker die heeft gestemd voor Jim, maar weet dat Jamai gaat winnen. Zij is Tooske. Zij brengt het nieuws. Na de reclame, had ze gezegd. Nu is de reclame voorbij, nu is de uitslag.

Hij kijkt niet naar haar, maar recht vooruit. Een verdwaalde reiziger loopt het station uit. Het is midden in de nacht, de lente is gaan liggen en het heeft geregend. Het plein is een spiegel, maar er zijn geen sterren te zien. Dat komt, weet ze, door lichtvervuiling. Omdat het zo'n gek woord was heeft ze het onthouden.
'Ja.' Meer zegt ze niet. Hij is ook stil. Dit soort dingen zijn eindeloos, en dan is het opeens voorbij. Dan is er champagne en de confetti komt. Iedereen juicht. De verliezer feliciteert de winnaar. Geplastificeerde sportiviteit die je poriƫn doen huilen.
Daar is de envelop, ze leest voor. 'Eerst was je alles,' begint ze dan. Zijn gezicht vertrekt geen spier. 'Maar toen verdween het weer. Het antwoord is nee.'
Het is doodstil in de zaal. De confetti blijft uit. Waar is de winnaar? Niemand geplastificeerd? Het is nog maar het begin, maar het lijkt wel het einde. Stiekem is dat natuurlijk ook zo.

Ze zeggen nog een heleboel dingen. Hij probeert te huilen. Ze wrijft hem over zijn arm, komt wel goed. Hij wil niet, boos, maar niet echt.
Na uren staan ze tegenover elkaar. Nu is het tijd om te gaan.
Dronken reizigers spoelen om hun heen. Ze kijkt naar zijn gezicht, probeert zijn blik te vangen, maar hij denkt na. 
'Een afscheidsknuffel,' zegt ze, 'je weet maar nooit, misschien is het wel de laatste keer.'
'Ja.'

Er is heel veel emotie, maar waar weet ze niet. Als ze loslaten, willen ze terug. Alles lijkt op zulke punten zo magnetisch. 

'Doei,' zegt ze, met een glimlachje op haar gezicht. Ze zwaait vanover haar schouder.
'Doei joh,' zegt hij terug. Hij blijft nog even staan en kijkt hoe ze van het podium fietst. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen