zaterdag 25 februari 2012



Dit luisterde ik.

Ze zit in de trein. Hij ook, hij zit naast haar. Als ze naast elkaar zitten, is het moeilijk om echt naast elkaar te zitten. Daarom is zij over hem heen gemetseld, als plaveiselepitheel. Zijn jas kriebelt tegen haar wang, en haar buik kriebelt tegen haar huid.
De hele trein is een spiegel, en iedereen ziet alles. Wanneer je goed oplet, zie je zelfs dat zijn vingers tegen haar knie aankruipen. Dat soort dingen zijn altijd heel erg nonchalant, zo nonchalant, dat het eigenlijk niet zo is.
"Ik val zo in slaap," mompelt ze tegen zijn schouder.
"Dat geeft niet. We worden wel weer wakker."
Eigenlijk zou ze willen dat de treinreis oneindig was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen